Ditjes en Datjes van onze patienten
Hallo DA praktijk,
Bijgevoegd een foto van Bello.
![]() |
En een tekening die een vriendin ooit voor mij maakte.
![]() |
Fijn als u het schoon houd! |
Weet niet meer precies welke slogan dokter Breuk had bedacht, maar sluit me hier graag bij aan!
Bedankt voor al jullie goede zorgen voor mijn hond!
Ben al jaren vol lof over deze praktijk, eenvoud siert het.
Vriendelijke groet,
Carola Bellersen
Een verhaal:
DIERENPENSIOEN
Het congres verveelde me zo dat ik in de pauze het winterweer instapte om er even van verlost te zijn. Ik geloof niet in het opsluiten van een groep mensen in een zaal. Was het nu nog eenzame opsluiting geweest, dan kom je nog ergens.
Vanmorgen, onderweg hier naar toe had ik een groot bord in een weiland zien staan met de tekst: Dierenpension voor oude dieren.
Het complex lag er schitterend in een stuk natuur dat je in de grote stad niet verwacht. Met oude bomen omzoomde kronkelpaden voerden mij erheen. Het was een goed onderhouden gebouw met aan mijn rechterhand een weiland. Aan het eind van het pad een hek. In het weiland scharrelden een stuk of vijf stokoude, grote honden rond.
" Leuk ", dacht ik. " Een mens verwacht toch minstens koeien of schapen, maar honden? "
Voor het hek bleef ik staan. Na een tijdje had de golden retriever iets in de gaten. Met stijve poten naderde hij het hek. Zijn zicht was beperkt dus hij nam de tijd om door te krijgen dat hier een mens stond. Aarzelend begon hij te kwispelen alsof hij bijna helemaal vergeten was dat daar zijn staart voor diende. Ik liet hem aan mijn handen ruiken ( " Kan hij dat nog? ") en aaide hem voorzichtig over zijn kop. Hij liet het toe en produceerde zelfs nog een korte hese blaf. Hij stond er zelf van te kijken.
Nog iets strammer kwam de husky naar het hek. Wantrouwiger, dat past bij zijn hondenaard. Hoewel oud was hij nog steeds prachtig. Zijn ogen hadden staar. Toch was hij nog in staat om er zo'n onderuit blik in te leggen.
Een verzorgster kwam naar mij toe.
" Deze dieren hebben niemand meer," zegt ze. " Hun baasjes zijn dood of in een verzorgingstehuis."
Ik heb dat altijd zo'n groot onrecht gevonden om een oud mens het laatste dat hij heeft af te nemen, het gezelschap van zijn hond. Zoveel jaren samen lief gedeeld en dan ongewenst afscheid te moeten nemen omdat het met vader nu echt niet langer kan.
" Heus Pa, je zult zien dat het echt het beste voor je is. Je wordt daar goed verzorgd, je krijgt op tijd je medicijnen en je maaltijden. Het is ook veel gezelliger voor je, kun je nog een kaartje leggen met de andere bewoners."
Ook zo'n term: " bewoners." Toen de zoons en dochters nog gewoon met Pa en Ma een gezin vormden, zeiden ze toch ook niet als Henk weer eens laat in de nacht na het stappen thuis kwam: " Gelukkig, de laatste bewoner is ook thuis."
" Nee, Pa, wij kunnen Prins niet hebben. Die hond is veel te groot en als hij zijn voer op heeft, wordt hij zo winderig. Bovendien verliest hij wel eens pies en dat vinden wij met het oog op de nieuwe bank niet verantwoord. We hebben drukke banen, dus, nee. Voor Prins zoeken we ook een goed tehuis, dat beloven we."
Dwarsdoorsnede van onze verlichte maatschappij. Voor ouderen is geen plaats. Gelukkig hebben we opvangdozen, voor elk wat wils.
Zorg wordt afgekocht. Als het niet goed gebeurt, staan we klaar met kritiek.
" Onze vader heeft al een week geen douche gezien. Het koekje bij de koffie is om bezuinigingsredenen afgeschaft. Moeten wij nu ook al zelf zijn wc papier meenemen?"
Vlammende berichtgeving in de krant, daar zijn we erg goed in. Zelf de zorg op ons nemen, staat niet in ons huishoudboekje.
Het onvermijdelijke gebeurt. Huilend neemt Pa afscheid van Prins. Het dier begrijpt het niet. Hij wordt afgevoerd naar het dierenpension.
Hier wordt hij liefdevol verzorgd. Het voer staat er op tijd. Hij wordt netjes geborsteld en dan mag hij even het weiland in.
Zo slijt de tijd.
" Als je nog even tijd hebt, ga dan ook even naar onze opvang voor oude katten," zegt ze tegen me.
" Kom maar binnen. Let op de deur want hier lopen ze allemaal los rond. Ze hebben erg veel aandacht nodig hoor dus als je gaat zitten ......"
Ik stapte een ruime, helder schone kamer binnen. De muziek stond aan. Overal hangmatjes, een loopplank naar een verlaagd plafond en overal katten.
Het waren er zeker een stuk of dertig. Allemaal van dode of weggeborgen baasjes.
Heel nieuwsgierig kronkelden ze om mij heen.
Aan de kanten van de kamer stonden lage bankjes met fleurige kussens er op. Bijna Ikea-achtig.
Ik ging zitten en meteen sprong er een kat op schoot. Zo'n ouderwetse grijsgroen gestreepte dakgotenhaas. Zijn dakhazentijd ver voorbij. Hij woog bijna acht kilo. Spinnend kroop hij op mijn schoot omhoog zodat hij mij kopjes kon geven in mijn gezicht. Naast me lag in een mand een schildpadkleurige met vele hechtingen in de dikke buik. Voorzichtig probeerde een zwarte met maar 1 oog ook bij me op schoot te komen, maar dat vond mijn dikkerd niet goed.
Tot drie keer toe zette ik hem van mijn schoot, even zovele malen sprong hij terug. Ik was geannexeerd.
Een andere verzorgster kwam binnen en begon ze systematisch te borstelen met een speciaal soort washandje. Liefdevolle zorg en aandacht en toch had ik ook met deze dieren erg te doen.
Er is niet zoveel verschil tussen zeer oude mensen en dieren. Zij zijn beiden rechtenloos.
Een week later zie ik tijdens een wandeling een oudere heer voor mij lopen. Hij loopt heel langzaam. Aan de riem sjokt een oude cocker spaniel mee. Zijn eens zo mooi oranjekleurige vlekken zijn nu sterk vergrijsd. Het tempo is hem toch nog te vlug. Hij blijft achter aan de strak gespannen lijn. Zijn kop hangt voorovergebogen en elke keer als zijn baas een stap verder zet, gaat zijn kop met een rukje omhoog. Het geheel komt zeer ritmisch over. " Arm keeltje."
Marti de Neef

